- Psychodiagnostisch onderzoek: naar intelligentie en persoonlijkheid
- Kinder- en jeugdpsychotherapie
- Ouderbegeleiding
- Traumabehandeling (EMDR)
- Rouwverwerking
- Systeemtherapie
1. Psychodiagnostisch onderzoek: naar intelligentie en persoonlijkheid
Om goede hulp te kunnen bieden, is een juiste diagnose noodzakelijk. Om de diagnose te kunnen stellen, moet de hulpverlener de aard van een aandoening of de klachten onderzoeken. Dit onderzoek is de diagnostiek. Het doel van diagnostiek is het verzamelen van informatie, die nodig is om een beeld te kunnen vormen van de klachten van uw kind, die uw als ouder meer zekerheid geeft over wat er met uw kind aan de hand is. Ook geeft diagnostiek aan wat de mogelijke oorzaken van de klachten zijn en welke factoren die klachten in stand houden.
Psychodiagnostisch onderzoek brengt in kaart waar uw kind of jongere, in vergelijking met leeftijdsgenoten, goed en minder goed in is. De hulpverlener maakt een zogenoemde sterkte/zwakte analyse; hij of zij bekijkt wat de sterke en zwakke punten van uw kind zijn. Tijdens het psychologisch onderzoek wordt beoogd de belevingswereld van uw kind te verkennen met betrekking tot zichzelf en zijn omgeving, de manier waarop uw kind contacten in het gezin, op school en met vriendjes beleeft, wordt bezien over welke oplossingsvaardigheden uw kind beschikt voor lastige situaties, en wordt er gekeken welke opvoedingsvorm het beste past.
De vorm van het onderzoek verschilt per vraag. Meestal bestaat het uit gestandaardiseerde testen die met uw kind worden gedaan, een observatie van uw kind, vragenlijsten die door de ouders, uw kind of jongere worden ingevuld en gesprekken met de ouders, kind of jongere. Regelmatig kan ook de school bij het onderzoek worden betrokken. De inhoud en duur is van elk onderzoek weer anders, aangezien aan elk onderzoek een specifieke vraagstelling ten grondslag ligt.
Het psychodiagnostisch onderzoek kan bestaan uit intelligentieonderzoek, en/of persoonlijkheidsonderzoek.
Tijdens het intelligentie- en functieonderzoek, wordt het intelligentie niveau van uw kind bepaald en wordt er gekeken naar eventuele hiaten in het intelligentieprofiel. Hiaten kunnen bijvoorbeeld voortkomen uit concentratieproblemen, informatieverwerkingsproblemen, en/ of zwakke verbale vaardigheden. Er bestaan diverse intelligentieonderzoeken. Afhankelijk van de vraagstelling en de leeftijd van uw kind, wordt bepaald welk intelligentieonderzoek afgenomen zal worden. Tijdens het functieonderzoek wordt informatie verzameld over allerlei functies die we vaak aanduiden als “cognitieve functies”. Voorbeelden hiervan zijn het geheugen, concentratievermogen, de waarneming, taalfuncties, ruimtelijk inzicht en de visuomotoriek.
Het persoonlijkheidsonderzoek vindt plaats om een beeld te vormen van persoonlijke eigenschappen en kenmerken van uw kind. Tijdens het persoonlijkheidsonderzoek worden diverse gestandaardiseerde testen afgenomen, zoals vragenlijsten. De vragenlijsten vult uw kind, afhankelijk van zijn of haar leeftijd en leesvaardigheden zelf in, dan wel samen met de hulpverlener. De vragenlijsten kunnen bijvoorbeeld gaan over persoonlijkheidskenmerken van uw kind, over het angstniveau, over het competentiegevoel of over het sociaal inzicht van uw kind. Daarnaast worden er gesprekken gevoerd o.a. over onderwerpen waar uw kind moeite mee heeft, over problemen die uw kind ervaart op het gebied van bijvoorbeeld school of de omgang met andere kinderen, over de beleving van uw kind met betrekking tot sociale relaties of de overige gezinsleden, maar ook over de wijze waarop uw kind lastige situaties neigt op te lossen. Daarnaast kunnen er tekeningen worden gemaakt en vindt er observatie plaats van onder andere de taak- werkhouding van uw kind en de wijze waarop uw kind contact maakt en onderhoudt.
2. Kinder-en Jeugdpsychotherapie
Wat is kinder- of jeugdpsychotherapie?
Kinder- of jeugdpsychotherapie is een vorm van hulp die bedoeld is om een kind of jongere met psychische klachten of gedragsproblemen te helpen. Soms ervaren kinderen de problemen zelf niet als zodanig maar lijdt de omgeving onder hun gedrag. Psychotherapie kan nodig zijn wanneer andere vormen van begeleiding, bijvoorbeeld door school of maatschappelijk werk, niet voldoende resultaat hebben gehad.
Wat doet een kinder/jeugdpsychotherapeut?
De kinder- en jeugdpsychotherapeut houdt rekening met het gegeven dat kinderen en jongeren in ontwikkeling zijn en in een gezin of in een andere opvoedingssituatie leven waar voor hen gezorgd wordt. Dat brengt een specifieke werkwijze met zich mee. De kinder/jeugdpsychotherapeut kan kiezen voor een directe of een meer indirecte aanpak van de problemen. Een directe aanpak kan inhouden: samen met het kind inventariseren waar het bang voor is, waar dat mee te maken heeft en hoe het kind zelf denkt over mogelijke oplossingen. Dit betekent meestal dat het kind kan zeggen wat er aan de hand is, dat het probleem is af te bakenen en dat een doelgerichte aanpak een geschikte methode is. Met behulp van oefeningen en huiswerkopdrachten wordt in kleine stappen toegewerkt naar het wenselijke gedrag.
Bij een indirecte manier van werken wordt het kind uitgenodigd om uit te drukken wat het bezighoudt. Voor jonge kinderen is het spel de meest gangbare manier om zich uit te drukken. De kinderpsychotherapeut kan hieruit begrijpen hoe het kind zijn leven ervaart en proberen te achterhalen hoe de problemen ontstaan zijn. Naast het spelen vinden ook gesprekjes plaats. Daarbij kan het kind vertellen over het leven thuis, op school of daarbuiten.
Het gesprek als middel om contact te maken met een kind wordt belangrijker naarmate het kind ouder is. Bij jongeren neemt praten een belangrijker plaats in. Werken met creatief materiaal kan wel een onderdeel zijn van de therapie. Ook rollenspelen of andere therapeutische technieken zijn mogelijk.
Afhankelijk van de aard van de problemen kan de aanpak gericht zijn op het verwerken van ervaringen van vroeger of meer gericht zijn op het vinden van een oplossing voor problemen in het heden.
Wat houdt de behandeling in?
Kinder- of jeugdpsychotherapie kan diverse vormen aannemen. De meest gangbare vorm bij kinderen is individuele psychotherapie. De psychotherapeut werkt meestal met een combinatie van praten en spel om het kind en zijn problemen te begrijpen en de gewenste veranderingen te laten ontstaan. Meestal komt het kind of de jongere een keer in de week voor een afspraak van drie kwartier.
Bij kinderen tot ongeveer twaalf jaar vindt de therapie doorgaans plaats in een spelkamer, waar het kind zich met behulp van het aanwezige materiaal kan uiten. Bij jongeren zal de therapeutische ruimte vaker een gesprekskamer zijn.
Ouderbegeleiding
Kinder- en jeugdpsychotherapie vindt plaats in nauwe samenwerking met de ouders, vervangende verzorgers of met het hele gezin. Naast de behandeling van het kind, is er altijd een vorm van ouderbegeleiding. Omdat kinderen zijn ingebed in een gezin is het noodzakelijk om enerzijds het kind te helpen en anderzijds afstemming te zoeken met de ouders of opvoeders. Wanneer kinderen in een tehuis of pleeggezin wonen geldt dat ook. De begeleiding van kind en ouders kan verschillende vormen aannemen.
De ouderbegeleiding kan bestaan uit gesprekken waarin de opvoeding en het gezinsleven besproken worden. Soms doet de psychotherapeut van het kind zelf de ouderbegeleiding, soms houdt een andere psychotherapeut zich hiermee bezig.
Het is belangrijk om te achterhalen hoe de opvoeding en ontwikkeling van het kind tot nu toe zijn verlopen. Soms is uitleg over de problematiek van het kind en de effecten daarvan op de rest van het gezin nodig. Meer kennis van de problematiek en een beter begrip van de aard van hun kind kunnen ervoor zorgen dat ouders succesvoller worden in hun aanpak.
Naast de ouderbegeleiding zijn soms andere vormen van begeleiding nodig, zoals begeleiding op school of in de thuissituatie. De psychotherapeut bekijkt samen met de ouders en het kind welke aanpak het meest zinvol is.
Bij jongeren is het afhankelijk van de leeftijd en de aard van de problemen in welke mate ouderbegeleiding of contact met de gezinsleden noodzakelijk is. Soms zijn regelmatige gesprekken nodig, in andere gevallen volstaat een enkel onderhoud. Contacten met de ouders zullen gezien de leeftijdsfase van de jongere (toegroeien naar zelfstandigheid) minder intensief zijn en soms helemaal niet plaatsvinden.
In veel gevallen zal de psychotherapeut die contacten met de ouders heeft, een andere zijn dan de psychotherapeut die met de jongere werkt.
Hoe lang duurt kinder/jeugdpsychotherapie?
Van te voren is niet precies te zeggen hoe lang de psychotherapie zal duren. Soms richt de behandeling zich op een afgebakend probleem, zoals faalangst op school. In zo’n geval zal de behandeling doorgaans kortdurend kunnen zijn. Een korte behandeling neemt enkele sessies tot een half jaar in beslag. Als de problemen complex of hardnekkig zijn kan de behandeling een tot drie jaar duren.
Het resultaat van de therapie
Wanneer de behandeling aanslaat zal het resultaat te zien zijn in het afnemen van de klachten. Het kind of de jongere functioneert beter op alle levensgebieden: thuis, op school, in de omgang met vriendjes. Een kind zal zich vrijer bewegen, zich zekerder voelen, meer durven. Een jongere zal meer greep krijgen op wie hij is, wat hij wil en de omgang met anderen beter kunnen hanteren.
Behandelvormen bij het jonge kind
kortdurende ouder-kind behandeling, geïndiceerd wanneer de problemen die ouders met hun baby/peuter ervaren wat intensievere begeleiding vereist. In deze vorm van behandeling staat de hechting tussen ouder en kind centraal. Geprobeerd wordt de ouder en baby/peuter te helpen om gedrag en gevoelens beter te reguleren en beter te leren herkennen en begrijpen. Hierdoor kunnen ouders en kinderen beter op elkaar reageren, nemen symptomen af en verbetert de relatie tussen ouder en kind.
De Praktijk wil hulp bieden aan kinderen en jongeren vanaf 0 tot ca 18 jaar.De problemen van uw kind zijn onlosmakelijk verbonden met de directe omgeving waarin uw kind leeft en opgroeit, waaronder het gezin. Het is van groot belang om u als ouders actief bij de behandeling van uw kind te betrekken. U bent voor hem of haar immers de belangrijkste perso(o)n(en). Als ouders maakt u uw kind het meeste mee en verkeert u in de beste positie om vanuit alledaagse situaties uw kind te begeleiden. Om u hierin te ondersteunen kunt u in aanmerking komen voor ouderbegeleiding. In deze folder kunt u lezen wat ouderbegeleiding inhoudt en wanneer u er voor in aanmerking komt.
Wat is ouderbegeleiding?
Ouderbegeleiding is een behandelvorm waarin een hulpverlener u ondersteunt en/of adviezen geeft hoe het beste om te gaan met de problematiek van uw kind. De hulp is erop gericht uw rol als opvoeder(s) te verduidelijken en om u te helpen in zicht te hebben in het probleemgedrag van uw kind. Ook wordt met u gekeken naar de mogelijkheden en beperkingen van uw kind en de manier waarop hij de wereld om zich heen beleeft.
Wanneer ouderbegeleiding?
Er wordt voor ouderbegeleiding gekozen indien:
- uw kind emotionele problemen heeft en u niet goed weet hoe u hem hier het beste bij kunt helpen
- er problemen zijn in de omgang tussen u en uw kind;
- u net gehoord heeft dat uw kind een psychiatrische stoornis heeft en u veel vragen heeft over wat een dergelijke stoornis inhoudt en hoe u hier het beste mee om kunt gaan;
- uw kind problemen heeft in de omgang met andere kinderen; uw kind een nare ervaring heeft meegemaakt en u niet weet hoe u hem het beste kan ondersteunen;
- u gescheiden bent en uw kind reageert met ernstig probleemgedrag.
In principe is er altijd sprake van ouderbegeleiding als uw kind in individuele therapie is of uw kind deelneemt aan groepstherapie. Een uitzondering kan adolescenten betreffen.
Soms krijgt een kind geen therapie en vinden er alleen gesprekken met de ouders plaats over hoe zij het gedrag van hun kind kunnen beïnvloeden en veranderen. Soms is er sprake van een probleem waarin de onderlinge verhoudingen in het gezin vooral een rol spelen. Er kan dan gekozen worden voor gezinstherapie. Hierin worden alle gezinsleden betrokken.
In welke vorm wordt ouderbegeleiding gegeven?
Ouderbegeleiding vindt individueel of met beide ouders plaats. De frequentie van de begeleiding wordt in overleg met u bepaald en is mede afhankelijk van de ernst van de problematiek
Indien u bent gescheiden werken we meestal samen met de verzorgende ouder en indien nodig betrekken we de niet-verzorgende ouder bij de behandeling.
4. EMDR Van traumatische naar gewone herinneringen
U heeft hulp gevraagd omdat uw kind emotionele, lichamelijke en/of gedragsproblemen heeft. De klachten lijken samen te hangen met een of meer traumatische ervaringen, zoals een ongeluk, een brand, een aanranding, pesterijen of iets anders naars. Wetenschappers denken dat herinneringen aan deze ingrijpende gebeurtenis(sen) niet goed zijn opgeslagen in het geheugen. Gelukkig is er iets aan te doen. Met een effectieve behandelmethode: EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing). Als de herinneringen beter zijn opgeslagen, zullen ook de problemen, waarvoor uw kind hier komt verminderen of verdwijnen.
Van traumatische naar gewone herinneringen
Het goede van EMDR is dat het zo snel werkt. Een kind dat een keer iets naars heeft meegemaakt, heeft doorgaans korter behandeling nodig, dan een kind dat langere tijd is bedreigd of lastiggevallen. In dat laatste geval is EMDR meestal een onderdeel van een langere behandeling.
Opnieuw opslaan
Het zit het hem dus waarschijnlijk in de manier waarop herinneringen zijn opgeslagen. De hersenen verwerken traumatische ervaringen anders dan gewone. Bij gewone ervaringen gaat de informatie van de zintuigen naar de hersenen, waar deze wordt geregistreerd en verwerkt tot een herinnering: een mix van feiten, indrukken en interpretaties. Bij ervaringen waarbij intense angst, hulpeloosheid of levensgevaar een rol spelen, kondigt het lichaam een alarmtoestand af. Oorspronkelijke beelden, gedachten, geluiden en gevoelens worden daardoor in ruwe (=onverwerkte) vorm opgeslagen. Prikkels, zoals beelden, geuren, geluiden, die aan de ingrijpende gebeurtenis doen denken, kunnen deze “ruwe herinnering” telkens weer activeren. Het kind voelt steeds opnieuw dezelfde emotie als toen en raakt keer op keer van slag. EMDR helpt om het informatieverwerkingsproces af te ronden, zodat traumatische herinneringen gewone herinneringen kunnen worden.
Hoe gaat dat, zo’n behandeling?
De therapeut laat uw kind over die bewuste gebeurtenis vertellen en daarna stilstaan bij het beeld dat het nu nog het akeligst vindt. terwijl het kind zich concentreert op dit beeld en wat het er nu bij denkt en voelt, wordt er nog iets anders van hem/haar gevraagd. Dat kan zijn:
– met de ogen de vingers van de therapeut volgen, die voor zijn gezicht heen en weer beweegt
– luisteren naar de geluidjes via een koptelefoon of
– met de handen trommelen op de handen van de therapeut ( of hij op die van het kind).
Regelmatig zal de therapeut aan het kind vragen: “Wat merk je?”of “Wat komt er in je op?” Dat kunnen beelden, gedachten of emoties zijn, maar ook lichamelijke sensaties zoals spanning of pijn. Het kind zal het beeld van die bewuste gebeurtenis(sen) steeds beter kunnen verdragen. De behandeling gaat door totdat uw kind niet meer van slag raakt wanneer het aan het gebeurde denkt.
Dat EMDR werkt is zeker. Maar hoe precies is nog niet helmaal duidelijk. Het vermoeden bestaat dat het natuurlijke verwerkingsproces wordt gestimuleerd door de combinatie van twee dingen: concentratie op de herinnering in kwestie en een afleidende prikkel (oogbeweging, geluid of aanraking), die beurtelings de linker- en rechterhersenhelft activeert.
Effecten tussendoor
Het kan zijn dat uw kind tijdens de behandelperiode wat meer bezig is met herinneringen aan de ingrijpende gebeurtenis(sen) of aan voorvallen die daarmee te maken hebben. Dit komt doordat er een verwerkingsproces in gang is gezet. Een proces dat niet stopt zodra uw zoon/dochter hier de deur uit gaat. Meer onrust of angst kan voorkomen, maar meestal is dat drie dagen na een therapiesessie voorbij.
Uw rol van tevoren …
U kunt uw kind uitleggen waarom het hier komt. Ook zou u samen deze informatiefolder kunnen doornemen. Zo kunt u misschien zelf al een paar vragen van uw kind beantwoorden en vragen opschrijven, die u nog beantwoord wilt zien.
Voor de behandeling heeft de therapeut informatie van u nodig om een goede diagnose te stellen. Informatie over ernst, duur en verloop van de klachten. Ook van belang is hoe uw kind zich tot nu toe heeft ontwikkeld, hoe het functioneert en onder welke omstandigheden uw kind opgroeit.
… en tijdens de behandeling
Ook tussen de behandelsessies is er voor u een belangrijke rol weggelegd: observeren. Dat is nodig om de effecten van de behandeling te kunnen vaststellen. Zeker bij jongere kinderen. Die hebben namelijk nog niet de woordenschat of kunnen nog onvoldoende afstand nemen om veranderingen in hun eigen gedrag en beleving te verwoorden.
Hoe u verder bij de behandeling betrokken wordt, hangt af van de leeftijd en wensen van uw kind.
Peuters en kleuters 1-5 jaar:
Hoe jonger uw kind, hoe belangrijker het is dat u erbij bent, zodat uw kind zich veilig voelt. De therapeut zal u intensief bij de behandeling betrekken en graag gebruik maken van uw kennis over het kind.
Kinderen 6-12 jaar:
Kinderen van deze leeftijd kunnen meestal zelfstandig de behandeling volgen. Met een ouder/verzorger erbij kunnen ze zich geremd voelen om open en gedetailleerd te vertellen. Een kind van die leeftijd kan zich namelijk in leven in emoties van anderen en zal de ouder/verzorger misschien geen verdriet willen doen. Uw rol is hier vooral: ondersteuning bieden aan uw kind en nauwkeurig observeren thuis.
Jongeren 12-18 jaar:
U bent niet aanwezig bij de sessies. U kunt uw kind helpen door te laten merken dat u er bent als het daar behoefte aan heeft. Observeer uw kind en neem zelf niet te veel initiatieven. Vraag het thuis bijvoorbeeld niet om over de sessies of de uitwerking van de therapie te vertellen, maar luister wel goed als uw kind begint te praten. Accepteer het ook van uw kind als het niet praat. Het maakt zijn eigen proces door. Belangrijk is dat uw kind zich veilig en gerespecteerd voelt. Noteer veranderingen die u opmerkt en bespreek die in overleg met uw zoon/dochter met de therapeut.
Meer informatie?
Op internet: www.emdr.nl
Rouwproces, rouwtaken en rouwbegeleiding
Het verlies van een dierbare brengt bij de nabestaanden vaak een diversiteit aan reacties teweeg. De meeste mensen weten hiermee om te gaan. Zij pakken na verloop van tijd de draad van hun leven weer op. Soms komen mensen in problemen bij het verwerken van hun verlies.
Verdriet in het gezin
Verliezen komen vaak voor binnen de context van een gezin. Gezinsleden bevinden zich ten opzichte van elkaar veelal in andere fasen van hun ontwikkeling. De fase waarin iemand zich bevindt heeft invloed op de manier hoe met het verlies wordt omgegaan.
Kinderen tot ca. 12 jaar
Kinderen ontwikkelen zich onder andere zowel psychologisch als emotioneel. Het is lastig om bij een verlies deze ontwikkeling te doorbreken om te kunnen rouwen. Kinderen hebben vaak tegelijkertijd te maken met én het rouwen én de psychologische groei.
Bovendien moet het kind wanneer een gezinslid overlijdt zijn psychologische ontwikkeling voortzetten bij afwezigheid van een belangrijk persoon. Deze, vaak verwarrende, belasting kan het rouwproces óf het ontwikkelingsproces ontregelen.
Jongeren ouder dan 12 jaar
Elke jongere is bezig met de ontwikkeling van zijn eigen identiteit, zoals de groei naar autonomie en veranderingen op lichamelijk en seksueel gebied. Daarin is het afzetten tegen de ouders en het idee dat ze het allemaal zelf al kunnen en weten heel gebruikelijk.
Als er iemand in het gezin overlijdt, kan het lastig zijn voor een jongere zich af t te zetten, terwijl de andere ouder zo’n verdriet heeft.
Daarnaast is het voor jongeren vaak moeilijk om hulp te vragen. Juist omdat ze bezig zijn zich los te maken en op eigen benen te gaan staan. Hierdoor kunnen jongeren zich erg alleen voelen.
Ouders
Ouders staan voor de opgave de zorg voor de kinderen te combineren met eigen verliesverwerking. Het is dikwijls moeilijk de balans te vinden tussen zorg voor het eigen verdriet en ouderlijke zorg voor de kinderen. Zeker als het verlies de andere ouder betreft, waardoor de overgebleven ouder meestal alleen voor de zorg en opvoeding van de kinderen komt te staan.
Tweezijdige bescherming
Volwassenen hebben van nature de aandrang om kinderen te willen beschermen. Bij kinderen wordt de eigen veiligheid gewaarborgd als ouder zich prettig voelen.
Vaak ontstaan daardoor situaties waarin het kind of jongere en ouder voor elkaar gaan zorgen en elkaar beschermen. Ze doen dit door het eigen verdriet voor elkaar weg te houden. Bij de begeleiding van een gezin waarin een gezinslid is overleden is het belangrijk dit te realiseren. Veelal geeft het benoemen van deze tweezijdige bescherming ruimte aan de gezinsleden dit proces te doorbreken.
Wat is systeemtherapie?
Systeemtherapie is een specifieke vorm van psychotherapie waarbij het systeem centaal staat. De term systeem duidt op het sociale systeem waar mensen deel van uit maken. Relatie, gezin, familie, school, etc.
Voor de meeste mensen is het gezien van herkomst het eerste belangrijkste sociale systeem. Met onze ouders, broers en zussen hebben we een belangrijke band. Ook grootouders, tantes en ooms kunnen daarbij een rol spelen. Afhankelijk van de leeftijdsfase van een individu gaan verschillende sociale systemen een rol spelen en is er een sterke wisselwerking met het individu.
Binnen een sociaal systeem beïnvloeden mensen elkaar. Gedachten, gedragingen, gevoelens en verwachtingen ontstaan in wisselwerking met andere uit onze omgeving. Dit is een gecompliceerd proces waarbij problemen kunnen optreden: bijvoorbeeld twee partners krijgen ruzie over de taakverdeling in huis of op een kind krijgt gedragsproblemen op school na een ernstige ziekte van moeder.
Een systeemtherapeut zal de problemen altijd bezien tegen de achtergrond van de wisselwerking met anderen. Ook wordt gekeken wie kan bijdragen aan het oplossen van de problemen.
Wanneer is systeemtherapie?
Iedereen heeft in zijn of haar leefsysteem te maken met spanningen en problemen. Tot op zekere hoogte is dit normaal en hoort het bij het leven, bijvoorbeeld bij faseovergangen. Als een kind naar de middelbare school gaat, verandert er op alle niveau veel. Zo ook als een kind uit huis gaat.
Als de problemen ernstig zijn of lang duren kunnen zij de draagkracht van een of meerdere gezinsleden te boven gaan. Dan kunnen klachten ontstaan angsten of een depressie of (zeer) problematisch gedrag, zoals mishandeling of verslavingsproblematiek. Soms liggen de problemen vooral in de relationele sfeer, hetzij tussen ouder(s) en kinderen, hetzij tussen partners. Soms zijn de problemen meer individueel.
Als er een samenhang is tussen klachten/problemen en de wisselwerking tussen mensen in een leefsysteem, kan systeemtherapie ofwel relatie-/gezintherapie een goede behandelmethode zijn. Systeemtherapie ofwel relatie-/gezintherapie kan ook plaatsvinden naast een andere vorm van therapie. Naast een individuele therapie kunne gesprekken plaatsvinden met een of meer belangrijke anderen uit een leefsysteem waarvan iemand deel uitmaakt. Dit zijn vaak de gezinsleden, maar het kan ook gaan om grootouders, leerkrachten of anderen die een bijdrage kunnen leveren aan de oplossing van de problemen.
Hoe verloopt een systeemtherapie?
De therapie bestaat uit gesprekken met een systeemtherapeut of relatie-/gezinstherapeut. De therapeut zla doorgaans alle betrokken uitnodigen voor een eerste gesprek. Na het eerste gesprek (soms zijn dit er meer) stelt de therapeut een behandelplan op waarin onder meer staat wat de doelstellingen van de therapie zijn en wie bij de behandeling betrokken worden.
Tijdens de gesprekken worden de problemen besproken en de therapeut zoek samen met de deelnemers naar ander mandieren om met de problemen om te gaan. In de therapie kunnen de deelnemers zich bewust worden van onderlinge reacties op elkaar en begrijpen welke invloed zij op elkaar hebben. Vaak wordt er huiswerk afgesproken, bijvoorbeeld om uit te proberen hoe het bevalt om zaken anders te doen dan voorheen. In de zitting daarna worden dan teruggekomen op de ervaringen met het huiswerk. Zo wordt steeds verder gewerkt in de richting van de vooraf geformuleerde doelstellingen. Uiteraard is de belangrijkste doelstelling het doen verminderen of verdwijnen van de klachten of problemen. Dit wordt bereikt doordat mensen zich anders gaan gedragen ten opzichte van elkaar, anders met elkaar omgaan, anders op elkaar reageren en/of doordat men een ander visie krijgt op de problemen op zichzelf en op de relaties met anderen.
Soms kunnen in de therapie bepaalde problemen direct opgelost worden. In andere situaties krijgen mensen handreikingen waardoor zij beter in staat zijn om zelf oplossingen te vinden.
Hoe lang duurt systeemtherapie?
De duur van de therapie varieert. In het begin worden er meestal 6 zittingen afgesproken met de betrokkenen. Daarna wordt bekeken of er meer zittingen nodig zijn. Een zitting duurt meestal 1 á 1½ uur. In het begin vinden de zittingen vaak om de 2 weken plaats. Soms wekelijks. In een afbouwfase, wanneer het weer beter gaat, is er meestal een langere tussentijd.